de Bruynzeel Valk Prototypes


We gaan terug in de tijd, naar december 1939.  Er gaan diverse feiten en fabels de ronde over de Valk-prototypes. Een goed moment om het eens zo duidelijk mogelijk te ontrafelen. 

 

HET EERSTE PROTOTYPE

Het allereerste prototype van de Valk was het 1.90 m brede  “kistmodel” , in eerste instantie uitgevoerd met een zwaardkast. Zie de foto van de bouw op 1 dec. 1939. Na enige proefvaarten werd deze vrij snel voorzien van een kiel en in april 1940 omgebouwd tot prototype voor de Kajuitvalk.. In deze Kajuitvalk met zeilnummer 1 onder de naam “Nimrod” werd het gehele jaar 1940 wedstrijd gezeild door Wout Bruynzeel (zoon van Cees Bruynzeel). Dat was toen nog mogelijk. 

Op bovenste foto’s js iets van de eerste proefvaart te zien, toen nog met midzwaard met het zeilnr. 1. 

De inzet rechts is dezelfde boot in het voorjaar van 1940, inmiddels met het kajuitje. Deze boot is bewaard gebleven en tegenwoordig in bezit van de kleinzoon van Cees Bruijnzeel jr.(zoon van Wout).

 

Prototype 1 , “Nimrod”
Prototype 1 , “Nimrod”
Neusbeslag 1e prototype
Neusbeslag 1e prototype

HET TWEEDE PROTOTYPE

In de testfase kwam er een 2e prototype met vaste bulkbiel, 2.00 m breed en voorzien van de bootnaam “VALK 2” . 

Van het prototype 2 is een foto bekend, gemaakt door Polygoon.  We zien deze “VALK 2” , zeilend aan de wind over bakboord met zeilnr. 2. Waarschijnlijk is deze foto in de eerste testfase gemaakt en is de boot iets later verfijnd en aangepast. De letters op de romp, de mastkoker, de giek, het roer, zijn anders dan op de latere foto’s:  er ontbreekt een scheg voor het roer, de neus is puntig, (zonder afgerond neusbeslag)  

Vergelijk met de “VALK 2” op de latere foto’s,  gemaakt door fotograaf Hans Spies op 1 januari 1940. 

(Bron: Nederlands Fotomuseum).  

 Het zijn haarscherpe foto’s, in hoge resolutie. De naam “VALK 2” is goed herkenbaar. De “VALK 2” had een fors en grof neusbeslag (identiek aan het neusbeslag van prototype no.1), ook opvallend was de brede strip op het voordek, de korvijnnagels aan het voorschot en de kikkers op het dek waren beduidend anders gevormd dan de gestroomlijnde aluminium kikkers van de 250 seriebouw-Valken.  

De kuipranden van “VALK 2” waren tevens opvallend laag. 

De seriebouw Valken kregen een veel hogere kuiprand. Deze “VALK 2” stond echter model voor de Valk verkoopbrochure van 1940 en ook staat “VALK 2” opgesteld achterin in de fabriek, met het zeilnummer 4.  De fabrieksfoto stond in 1940 in de Waterkampioen en de Telegraaf. 

 

 

DE ZEILEN

Reeds in de testfase werden de Valk zeilen door T. Molenaar in Grouw gemaakt. 

De dochter van Cees Bruijnzeel, mevr. Dons Van Busschbach-Bruijnzeel heeft uitgelegd dat iedere keer wanneer er na het proefzeilen een aanpassing aan het zeil gedaan moest worden, het zeil naar Molenaar in Grou werd opgestuurd en na aanpassing, naar Zaandam teruggestuurd werd met daarin een hoger zeilnummer aangebracht, om verwarring te voorkomen. Het 4e zeil bleek precies goed te zijn, dat is de reden dat Cees Bruijnzeel jr. in 1940 altijd onder zeilnummer 4 op het water te zien was. Alle demonstraties werden onder nr. 4 gezeild. 

 

 

DE DEMONSTRATIES VAN HET “VALKJACHT”

Dat gebeurde allereerst tijdens de Pasen van 1940. Cees Bruijnzeel voer de demonstraties op de Kaag en Loosdrecht in “VALK 2”, samen met  Wim Ritman. Het zeilnummer was altijd 4. 

De demonstratie bij de “Roei en Zeil” aan de Reeuwijkse Plassen werd echter gezeild in de Valk 12. Na afloop van deze demonstratie bleef die boot daar achter, bestemd voor Klaas Sixma,  zoon van de Frederik Sixma, directeur van de Goudse Machinale Garenspinnerij en destijds voorzitter van de Roei- en Zeilvereniging Gouda. 

Op zondag 31 maart 1940 werd de beroemde demonstratiewedstrijd in Grou gezeild, ook met zeilnummer 4.  Vooral deze demonstratiewedstrijd was zeer belangrijk, hierbij waren zowel het bestuur van de K.V.N.W.V.  als het N.N.W.B. aanwezig. Het was Cees Bruynzeel er veel aan gelegen om de Valk als officiële wedstrijdklasse erkend te krijgen. Daartoe werd de strijd aangegaan met de 16 m2- en de 30 m2-klasse .Bruynzeel verzekerde zich daarbij van de assistentie van ervaren zeilers als Ricus van de Stadt en jachtonwerper H. Lemstra. Met ruim verschil werden de andere klassen verslagen. Tijdens de wedstrijd woei het hard en zeilde de Valk met een fok. Er twee foto’s gemaakt op de zaterdagavond ervoor, bij Hotel Oostergoo, toen zeilde men met een Genua.

Foto's en verslagen hiervan met Valk 4 stonden destijds in diverse kranten en in de Waterkampioen.

De  Valk die in Grouw gebruikt werd en met zeilnr. 4 voer, was echter niet het prototype “VALK 2” maar een seriebouw-Valk die voor een klant in Leeuwarden bestemd was, die boot werd na de wedstrijd in Friesland achtergelaten.  Aan de hand van één van de foto’s is duidelijk te zien dat er geen “VALK 2” op de romp stond maar juist een vrij lange naam, vermoedelijk was het de “GOODBYE (Valk 3) van G.H. Hofmeester of de “JACHTFALK” (Valk 5) van Chr. Koster. 

 

DE ZEILNUMMERS VAN DE BRUYNZEEL's : 1, 2 en 4.

Cees Bruijnzeel voer met het 2e prototype  “VALK 2” onder zeilnummer 4 alle wedstrijden van 1940. 

Dat is aangetoond aan de hand van de programmaboekjes en uitslagen van o.a. de Voorkaag,  de Kaagweek,  de Sneekweek en de Na-Kaag in dat jaar.

Gedurende het hele jaar 1940 werden de nieuwe zeilnummers uitgegeven door de Bruynzeel fabrieken. 

Men kon een Valk in wedstrijduitvoering kopen, die kreeg van Bruynzeel een zeilnummer.  De als toeruitvoering verkochte Valken waren in 1940 nummerloos.  Pas na de erkenning tot nationale klasse op 21 dec. 1940 werd de regie over de zeilnummers overgenomen door de K.V.N.W.V. .

Alle Valk eigenaren ontvingen een brief van het Verbond, gedateerd 17 januari 1941 , waarin stond “Voor de inschrijving in de klasse is het noodzakelijk dat een boot door ons wordt gemeten en goedgekeurd. Alleen booten die op deze wijze zijn ingeschreven, zullen voortaan kunnen deelnemen aan de wedstrijden der aangesloten vereenigingen.  Booten met een kajuitkapje kunnen niet in de klasse worden opgenomen” . 

Alle schepen gebouwd in 1940 die wedstrijd wilden zeilen moesten dus een afspraak maken met een Verbondsmeter.  Vele nummerloze Valken uit 1940 werden daardoor vanaf 1941 alsnog voor meting aangeboden. Die metingen begonnen in maart 1941. Zodra een boot was gemeten en goedgekeurd, volgde publicatie in de Waterkampioen met naam van de boot en de eigenaar. 

Cees Bruynzeel besefte dat hij niet met zijn “VALK 2” door de meting zou komen, dit was uiteindelijk een prototype en week te veel af van de seriebouw.  Vanaf 1941 ging Cees daarom varen met een splinternieuwe Valk  (gebouwd in 1941 maar het bouwnr. is onbekend) onder het zeilnr. 1 met de bootnaam: “VALK”.

Jaren later ging Wout nog enige jaren zeilen in de Valk 1 maar deze Valk werd uiteindelijk verkocht aan J. Braat in de USA.

Wout Bruynzeel verkocht in 1941 zijn Kajuitvalk aan de Zeeverkenners en ging ook zeilen in een seriebouw Valk van 1940, bouwnr.61, met zeilnr. 2, bootnaam “Nimrod”. 

Cees’ broer Willem Bruynzeel kreeg in 1941 ook een nieuwe Valk, bouwnr. 229 met zeilnr. 4 , bootnaam “Snip”).

Dat is de Valk die nu in bezit is van de Stichting Valkenkring Grou.  Lees ook op de pagina DE ZEILNUMMERS VAN DE BRUYNZEEL's : 1, 2 en 4.

 

VALK 4 “SNIP”

Willem Bruijnzeel,  mede-directeur van de Bruynzeel Fabrieken, was dus de eerste eigenaar van deze officiële Valk 4 “Snip”. Het zeilnummer 4 is daarmee onlosmakelijk verbonden met de twee gebroeders Bruijnzeel en is een iconisch nummer rond de succesvolle introductie van de Valk in 1940.

Zie hier de meetbriefregister van het Verbond uit 1941. Je ziet hierin : zeilnr. 1 Cees Bruynzeel, zeilnr. 2 Wout Bruynzeel en zeilnr. 4 Willem Bruynzeel.

Willem Bruijnzeel heeft zijn  Valk 4 in 1947 verkocht aan de heer A.Kost, die verkocht de 4 in 1996 aan de heer F. Bakker.  In 2017 werd de 4 door hem ingeruild. Helaas ging het vervolgens mis met de Snip. Lees verder op de pagina "Vrienden van Valk 4".