Bruynzeel Fabrieken

bakermat van de Valk

De enige echte Valk is gemaakt van Bruynzeel's "Hechthout" op eiken spanten !

 

Het ontwerp van de Valk stamt uit september 1939 en is ontstaan op de tekentafel van Ricus van de Stadt, in opdracht van Cees Bruijnzeel, directeur van de Bruynzeel Fabrieken.  Nadat in 1919 zijn stoomtimmerfabriek ‘De Arend’ in Rotterdam vrijwel volledig in de as was gelegd, vestigde Bruynzeel senior in 1920 een bedrijf in Zaandam. In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw ontstond er in Zaandam een moderne deuren-, vloeren- en fineerfabriek. In 1939, het jaar van het ontstaan van de knikspant open zeilboot Valk, had zoon Cees de leiding over de fineerfabriek en broer Willem over de deuren- en vloeren- fabriek. De keukenfabriek, die net in 1938 was gestart, viel ook onder Willem.

 

HOE HET BEGON  

Het ontstaan van de Valk is onlosmakelijk verbonden met Cees Bruijnzeel, directeur van de Bruynzeel Fabrieken, het zojuist ontwikkelde “Hechthout”  en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. 

De gebroeders Bruynzeel waren beide fervente zeezeilers. Cees was de bekendste van de twee: hij won met zijn jacht ‘ Zeearend’ in 1937 de Fastnet Race. Een van de vaste bemanningsleden was Ricus (E.G.) van de Stadt, een botenbouwer uit Zaandam. Ricus, die in 1933 in Zaandam een werf was begonnen, bouwde niet alleen houten zeilschepen zoals O-jollen en Draken, maar was ook een zeer verdienstelijk wedstrijdzeiler. 

 

HECHTHOUT

Bij de Bruynzeel-fineerfabriek was zojuist dat nieuwe plaatmateriaal geïntroduceerd onder de naam "Hechthout". Dit watervaste triplex 7 mm dik, gemaakt van 3 houtlagen, waarvan de houtdraden elkaar kruisten. Met hechthout – de naam werd door Titia, de vrouw van Cees Bruijnzeel bedacht – wilde men van het slechte imago van “triplex” af. 

In het nieuwe hechthout was volgens Bruynzeel een lijmsoort verwerkt, die watervast en kookvast was. 

Cees Bruijnzeel had al enkele jaren een van fineer gelijmde deur bij zijn huis in het water liggen en men maakte in de Bruynzeelfabriek al buitendeuren van watervast triplex. 

Meteen nadat Duitsland op 1 september 1940 Polen binnenviel en de Engelsen en Fransen Duitsland op 3 september de oorlog verklaarden, ging Cees de dag erna bij zijn zeilvriend Ricus van de Stadt langs op kantoor. 

Cees kon zich geen leven zonder zeilboot voorstellen en had waarschijnlijk verwacht en gehoopt dat Nederland wel weer neutraal zou blijven, net als in de Eerste Wereldoorlog. Hij besefte maar al te goed dat het zeezeilen onmogelijk zou worden en bedacht een plan om toch te kunnen blijven zeilen in de oorlog die komen zou. Daarvoor had hij de fabriek en het geschikte materiaal ter beschikking. 

 

HET PLAN 

Ricus zou gedurende een half jaar voor halve dagen bij Bruynzeel in dienst treden om een ontwerp te tekenen en de productie hiervan voor te bereiden. Het moest een open jachtje worden met ca. 16m2 zeiloppervlak dat in serie geproduceerd kon worden; een jachtje zowel voor familiegebruik als voor wedstrijdzeilen. Verder moest het niet groter worden dan 6.50 m, dan kon het net uit drie platen hechthout worden gebouwd. Zelfs de bouwtijd kreeg Ricus mee, in 150 uur moest het scheepje serie-matig te bouwen zijn ! Een tegenwoordige werf houdt ca. 500 uur aan voor het bouwen van een Valk. 

 

VAN TEKENTAFEL VIA MODEL NAAR PROTOTYPE

Van de Stadt maakte de eerste tekeningen op zijn eigen werf en hij verdiepte zich ook in de productielijn bij de fabriek. Het was de bedoeling dat de machines van de keukenfabriek zouden worden gebruikt. De aanpassingen van de zaag- en de freesmachines moesten door Van de Stadt zelf worden uitgedacht. Van afvalhout werd een model gemaakt, waarop toestemming kwam een prototype te bouwen. 

Met dit prototype werd onder soms barre winterse omstandigheden op het Noordzeekanaal proefgevaren. Het was inmiddels december 1939 en het ijs in de balkenhaven in Zaandam moest worden gebroken om op het Noordzeekanaal te komen. Cees Bruynzeel probeerde zelf tezamen met twee bemanningsleden het scheepje uit. Er kwam ook een tweede prototype en mogelijk was er zelfs nog een derde. 

 

AANPASSINGEN AAN HET PROTOTYPE

Het prototype was 1.90 m breed en wat hoekig, een “kistmodel”.  Het bleek niet te voldoen en kreeg een grote aanpassing. 

Het tweede protype was 2,00 m breed, het midzwaard werd vervangen door een vaste bulbkiel. Hierdoor zeilde boot beter: werd stabieler, ontstond er meer ruimte in de kuip en bleef ook de bouwtijd binnen de 150 uur. 

Het ontwerp zat vol nieuwe snufjes, zoals de maststrijkinrichting en de kastjes zonder hang en sluitwerk, dus zonder scharnierende delen. 

De vogelnaam “Valk” kwam uit de koker van de familie Bruynzeel en reflecteerde aan namen van het zeegaande jacht van Bruynzeel, de “Zeearend” en ook aan het logo van de ‘Arend’, de naam van de oude stoomtimmerfabriek dat het bedrijf nog altijd voerde. Buynzeel ontwikkelde in eigen laboratorium speciale onderwaterverven voor te bouwen Valken. 

Ricus van de Stadt werd geassisteerd door Albert Borgart. Borgart kwam met een tekening van een kromme gaffel, zoals gebruikelijk was bij platbodems. Van de Stadt vond die in eerste instantie niet bij de Valk horen, maar stemde uiteindelijk toe.

Ook liet Cees Bruijnzeel later, in 1941 een door Ricus van de Stadt een 10 m lang, hechthouten kajuitjacht ontwikkelen met de naam “Havik”. Dat was eigenlijk een

1,5 x vergrote Kajuitvalk.

 

DE VALK VEROVERT DE ZEILWERELD

 Op 12 december 1939 werden bij het octrooibureau in Den Haag de naam en het zeilteken van het ‘Valkjacht’ ingeschreven. De productie kwam in januari 1940 op gang. Het was Van de Stadt gelukt de bestaande machines geschikt te maken voor de jachtbouw. Aanvankelijk was de productie vier stuks per week. Dit werden er later vijf. Maar ... nu moesten ze ook nog aan de man worden gebracht!

In de Waterkampioen waren er al eerder artikelen aan het nieuwe jachtje en het materiaal gewijd. Vanaf maart 1940 waren er in het weekend ook demonstraties. Hierbij raakte Wim Ritman, een bekende Olympiajolzeiler, betrokken. Hij was nu niet alleen bemanningslid van de ‘Zeearend’, maar werd ook ‘tussen de bedrijven door’ vertegenwoordiger/promotor van de Valkjachtjes.

Op 10 maart 1940 vond de eerste promotie bij een vereniging plaats, bij ‘De Kaag’. Daar was men enerzijds vol lof over het scheepje, maar anderzijds sceptisch over de duurzaamheid van het materiaal. Men twijfelde vooral aan de watervaste lijm. Niettemin werden er toch gelijk vijf Valken verkocht. 

Demonstraties waren er in het voorjaar van 1940 verder in Reeuwijk, Loosdrecht en Grouw. Vooral de demonstratie in Grouw was zeer belangrijk, want hierbij waren zowel het bestuur van de K.V.N.W.V. als het N.N.W.B. aanwezig.

Natuurlijk was Bruynzeel er veel aan gelegen om de Valk als officiële wedstrijdklasse erkend te krijgen. Daartoe werd in Grouw op 31 maart 1940 de strijd aangegaan met de 16 m2- en de 30 m2-klasse.

Bruynzeel verzekerde zich daarbij van de assistentie van ervaren zeilers als Ricus van de Stadt en jachtonwerper H. Lemstra. Met ruim verschil werden de andere klassen verslagen.

 

RECLAMECAMPAGNE

Met slogans als ‘laat je oliegoed vandaag maar thuis Jan’ werd duidelijk gemaakt dat de boot niet buisde. Ook niet bij woelig water! Met de kreet ‘Zwalk met de Valk’ werd duidelijk gemaakt dat de boot heel geschikt was voor zeilvakanties. In de advertenties sprak men zelfs van ‘Valkjacht’. Ook kon men na ‘voorafgaand bericht’ op zaterdagmiddag (zaterdagmorgen werd nog gewerkt) en zondag bij Bruynzeel’s Deurenfabriek een demonstratiejacht bezichtigen.

De Valk werd met complete uitrusting  aangeboden voor ƒ 595,-. De eerste 25 stuks werden echter geleverd voor de introductieprijs van ƒ 550,-. De uitrusting bestond uit een grootzeil en een fok van Egyptisch katoen, twee kurkzakken en katoenen schoten. Voor ƒ 65,- meer kon een wedstrijduitvoering worden geleverd, bestaande uit o.a. een genuafok en een parachutespinnaker met spinnakerboom.

 

DE VALK EEN WEDSTRIJDKLASSE

Enige kleine tekortkomingen werden ook ontdekt. Zo sneuvelde op de Kaag een mastspoor. Deze werd later zwaarder uitgevoerd.

Intussen was in Nederland de mobilisatie ingegaan en moesten zeezeilers ‘binnengaats’ blijven. Cees Bruynzeel trachtte een aantal collega-zeezeilers geïnteresseerd te krijgen voor zijn nieuwe vinding. Belangrijk was ook dat zeilverenigingen de Valk zouden opnemen in hun wedstrijdprogramma. ‘De Kaag’ was de eerste, die op 28 en 29 april 1940, net voor het uitbreken van de oorlog op 10 mei, de Valkjachten opnam in de "Voorkaag". Ook in Friesland kreeg de Valk toelating tot de wedstrijden met de status van ‘invitatieklasse’. De Firma R.Moedt in Sneek kocht een aantal Valken voor de verhuur en werd vertegenwoordiger voor de Bruynzeelvalken in Friesland.

De Valk zeilde dat jaar mee in de Kaagweek, op de Braassem, Loosdrecht en in Friesland o.a. op de Sneekweek. 

Op 21 december 1940 was het zover dat de Valk door de Verbonden werd erkend als ‘Nationale klasse’.

Uiteindelijk heeft Bruynzeel in het begin van de oorlog zelf 250 stuks gebouwd, waarvan 100 Valken in 1940 en in 1941 nog eens 150 boten. Daar behoorden ook 25 Kajuitvalken bij, een speciale uitvoering met vaste buiskap en twee langsscheepse kooien. Meer weten over de Kajuitvalken ? klik op de pagina Kajuitvalk.

De fabricage stopte in 1941, omdat het materiaal voor staaldraad en zeildoek niet meer beschikbaar was om een complete boot te bouwen. 

 

NA DE OORLOG

 

Na de Bevrijding in 1945 hernam Bruynzeel de bouw van Valken niet meer, de rechten werden overgedragen aan Jachtwerf Beekman in Oude Wetering.

Beekman bouwde de Valken 201, 202, 203, 204, 206, 207,  211, 212, 213, 216, 217, 218, 219, 220, 222, 223, 225, 226, 228, 227, 229, 230, 231, 232, 233, 234 en 235 en nog een onbekend zeilnummer.  In de winter van 1949/1950 ging de werf failliet. 

De Bruynzeelmallen werden in 1950 gekocht door Jachtwerf Schuilenburg op het Kaageiland. (tegenwoordig Jachtwerf Hoogenboom) en bevinden zich daar nog steeds. 

De latere boten zijn door verschillende jachtbouwers en door zeer ervaren zelfbouwers gebouwd. In totaal zijn er ca. 900 boten vervaardigd.

 

Lees HIER meer over Jachtwerf Beekman.....

 

rood = de  1e prijs, wit= de 2e prijs en blauw = de 3e prijs
Bruynzeel prijzen uit de oorlogsjaren in nationale driekleur
Bruynzeel Fabrieken - Zaandam
Bruynzeel Fabrieken - Zaandam
prototype Valk (met midzwaard) in aanbouw bij de Bruynzeel Fabrieken  in Zaandam , najaar 1939
prototype Valk (met midzwaard) in aanbouw bij de Bruynzeel Fabrieken in Zaandam , najaar 1939

KLIK HIER VOOR DE PAGINA MET DIVERSE BOUWPLAATJES

december 1039 : proefvaarten met het eerste prototypes van de Valk. Die had een midzwaard, dat werd al snel veranderd in uitvoering met bulb-kiel. Iets later kwam er een tweede "Valk 2" en mogelijk zelfs een derde test-boot (ook met de naam "Valk 2"). 

filmbeelden van de eerste proefvaarten met de Valk prototypes door C.Bruijnzeel. 

Een van de eerste series Valkjachten in aanbouw (assemblagehal 7) Bruynzeel fabrieken , maart 1940.  Op de achtergrond een van de eerste prototypes (zeilnummer 4) waarmee C. Bruynzeel zeilde. Op de voorgrond een Kajuitvalk. Let ook op de hoepels !
Een van de eerste series Valkjachten in aanbouw (assemblagehal 7) Bruynzeel fabrieken , maart 1940. Op de achtergrond een van de eerste prototypes (zeilnummer 4) waarmee C. Bruynzeel zeilde. Op de voorgrond een Kajuitvalk. Let ook op de hoepels !

 

30 maart 1940, Grouw (Frl) : Ricus van de Stadt en dhr. Lemstra tuigen de Valk op. Cees Bruijnzeel kijkt toe. De overige foto's zijn van voor en tijdens de wedstrijd tegen de 30m2 "Li" en de twee 16m2 . 

15 maart 1941 : een groep nieuwe Valken en 1 Kajuitvalk worden versleept van Bruynzeel in Zaandam naar De Kaag.