HET TREFPUNT VOOR ALLE VALKENZEILERS
HET TREFPUNT VOOR ALLE VALKENZEILERS
BUITENLANDSE AVONTUREN VAN VALK 62
Eerder dit jaar heeft Bart Muller, die ook de toertocht meezeilde, met zijn Valk 62 “Lapsus” meegedaan aan Sail Caledonia 2011 - Schotland.
Hiervoor won Valk 62 de “heen en weer prijs” van de Valkenkring Grou.
De route voer ook over het meer van Loch Ness! Het monster zag nog nooit zo’n snelle zeilboot !
Een uitgebreid en boeiend verslag :
Sail Caledonia 2011
‘The Great Glen Challenge’
Door: Bart Muller
Valk 62 ‘Lapsus’
Een jaar of vier geleden kocht ik op Schiphol een exemplaar van het tijdschrift Wooden Boat om in het vliegtuig wat te lezen te hebben. Hierin las ik een reportage over Sail Caledonia. Dit is een recreatieve wedstrijd (een Raid) dwars door Schotland vanaf Fort William aan de westkust over het Caledonian Canal en drie langgerekte meren naar Inverness aan de oostkust. Een van de meren die bezeild worden is het beroemde Loch Ness.
Ik had tijdens een vakantie al eens aan de rand gestaan van Loch Ness en vond het toen al een hele mooie plas met water. Ik heb het artikel bewaard en heb thuis de website van de organisatie eens opgezocht. Hier stond dat Sail Caledonia een zeil- en roeirace is waarbij vooral klassiek gebouwde en getuigde boten worden uitgenodigd om mee te doen. Goh, dacht ik, dat is leuk, zou mijn 70 jaar oude Valk klassiek genoeg zijn? In mijn hoofd ging ik al een lijstje maken met wat er moest gebeuren voor een dergelijke tocht. Wat er aan de boot moest gebeuren viel nog wel mee, maar vooral aan de trailer zat veel werk. Deze bleek naast doorgerot ook te zwaar waardoor ik het frame heb moeten renoveren en ook de as en koppeling moest vernieuwen om hem geremd te maken. Daarbij moest vanwege het gewicht een kenteken op de trailer komen. Ik wilde in het buitenland hiermee geen risico lopen op gezeur en bovendien kan je verzekering moeilijk doen als er onderweg wat gebeurd.
Ondertussen heb ik zeilmaat, vriend en zwager Richard zo gek gekregen om mee te gaan en maar eens contact gezocht met de organisatie. Fotootje van de Valk gemaild met de vraag of we hiermee mee mogen doen. Antwoord: ja hoor, geen probleem, mooie boot trouwens. Hij is niet ingericht om te roeien. Geen probleem, dan loop je alleen een hoop punten mis en doe je niet mee voor de eindprijzen. Geeft niet, als je maar komt om een leuke tijd te hebben, wat dat is waar het bij deze raid tenslotte om gaat. De boot heeft een vaste kiel, heb je een kraan? (antwoord duurde wat langer) Is wat lastig, onze jachtclub heeft alleen een helling maar we kunnen wel een mobiele kraan voor je huren. Moet je wel betalen natuurlijk.
Tot nu toe nog geen echt grote problemen gehoord, ingeschreven en de veerboot vanuit IJmuiden naar Newcastle geboekt.
Na een wat hobbelige overtocht en een dag rijden kwamen we op 27 mei aan in Fort William in Schotland. Hier hadden we een Bed en Breakfast geboekt om de volgende dag in alle rust de boot te water te kunnen laten en op te tuigen. Voor de kraan hadden we een telefoonnummer gekregen van een onverstaanbare maar alleraardigste Schot die lokaal bekend stond als ‘Eddy the Cranedriver’. We hadden met hem afgesproken op de zeekade van een lokale houtoverslag. Na het te water laten en optuigen moesten we de baai overvaren om ons te melden bij de Lochaber Yacht club waar de rest van de deelnemers hun boten via de helling te water lieten. Hier vandaan zou de eerste zeilwedstrijd op het Loch Linnhe gevaren worden.
Jammer was alleen dat het weer die eerste dag bepaald beroerd was, een dikke windkracht 6 en stortbuien met hagel, waardoor we besloten de boot aan het begin van het Caledonian Canal bij Corpach maar vast door de sluis heen te varen en aan te leggen in het bassin naast de hotelboot Fingal of Caledonia die de rest van de week ons thuis zou zijn. Hierna zijn we met de auto naar de Yachtclub gegaan om ons te melden en te kijken hoe de rest het water in ging.
De eerste race konden we dus niet aan mee doen maar de organisatie vroeg mij of ik mee wilde gaan met Mike in de Feadhanach (spreek uit als Feanag). Dit is een alleraardigst bootje (een Islay Skiff) die is gebaseerd op de vissersboten zoals die vroeger op de Hebrieden gebruikt werden. Mike had nog niet zo veel ervaring met kleine zeilboten en was wat huiverig voor de omstandigheden waaronder hij naar Corpach moest zeilen. Hij wilde niet meer dan een fok hijsen waardoor we de wedstrijd maar de wedstrijd lieten en de boot rustig voor het windje richting de sluis lieten drijven.
De volgende dag was het weer mogelijk nog slechter, windkracht 6-7 en veel natte buien. Gelukkig hoefde er vandaag niet gezeild te worden. Voor zaterdag stond er het sluizencomplex Neptune’s Staircase van Fort William op het programma en in de middag een roeirace over 12 km kanaal naar Gairlochy wat aan het begin van het meer Loch Lochy ligt. Tijdens het sluizen werden ook de auto’s en trailers alvast naar een parkeerterrein bij het eindpunt in de buurt van Inverness gereden.
De roeirace ’s middags naar Gairlochy werd gewonnen door de Elsie. Wij deden het rustig aan met onze Seagull buitenboordmotor achterop.
De derde dag kwamen wij aan de beurt. Een zeilrace van Gairlochy naar South End, een prachtig strandje aan de noordwest kant van Loch Lochy bij ongeveer windkracht 4. De organisatie had wat moeite met bepalen in welke klasse wij ingedeeld moesten worden. Ze hadden inmiddels wel het vermoeden dat onze Valk best wel eens een vlotte boot zou kunnen zijn en hadden het gebruik van de trapeze en spinaker al verboden. We hebben hier natuurlijk tegen geprotesteerd, maar dit werd vriendelijk doch beslist afgewezen. Het medeleven van de andere deelnemers was welgemeend: “Aye, so they have clipped your Falcon’s wings then?” (Ze hebben je Valk dus gekortwiekt?). Het in dezelfde klasse indelen als al die wel erg traditionele Engelse schepen zou ondanks deze beperking echter nog steeds voor behoorlijk scheve verhoudingen zorgen. De enige boot die redelijk in de buurt leek te komen was de Franse Protection-Propal, een modern ontwerp (een Goellette Mercator) van 7,5 meter lang met twee masten en ook nog eens fors meer zeil en een royale sponsor. Deze was ingedeeld in de klasse 4 van experimentele vaartuigen en het voorstel van de organisatie was dat onze Valk ook in deze klasse mee zou zeilen om de Propal van wat tegenstand te voorzien. Op mijn opmerking dat het toch wel merkwaardig is om het oudste schip van de vloot in deze klasse in te delen werd wat ongemakkelijk geglimlacht maar er werd ons vriendelijk gevraagd het toch maar te proberen. Nou ja, verder niet moeilijk doen, we gaan vast wel lol hebben.
En toen gingen we het water op. Vier minuten sein, 1 minuut sein en een paar seconden na het startsein de lijn over en wegwezen. De Fransen lagen verwaaid ergens benedenwinds en gingen pas minuten later de lijn over. Toch oppassen, dit meer is 15 km lang en die boot zou toch echt sneller moeten zijn dan een Valk, dus die komen nog wel terug. Hé, wat doen ze nu, kruipen ze onder de noordoever! Je ziet toch dat daar geen wind is. Nou ja, bonjour, we zien jullie vanmiddag wel. Blijkt dat de Franse bemanning, individueel allen ervaren zeilers, nog nooit samen heeft gezeild en de ervaring voornamelijk op zee heeft opgedaan. Weet u wel, dat is dat grote meer waar het overal waait en de wind altijd uit dezelfde richting komt. En dan moeten ze tegen zo’n Plassenpieler uit Rotterdam varen. De baan is eenvoudig; aan de winds starten, om de bovenboei heen en dan via een boei aan de noordoever met ruime wind helemaal naar het eind van het meer zo’n 15 km verderop. Hier de benedenboei ronden en aan de winds terug naar een boei ongeveer halverwege het meer. Deze moet gerond worden waarna er een finish is tussen de Lochnaggar, het finishschip, en een boei tegen de noordoever aan. Jammer van die spinaker, dan maar de fok uitbomen, werkt ook. Onbedreigd komen we ruim voor de Propal aan bij de benedenboei en beginnen we aan het aan de windse rak.
Tijdens dit rak kwam raidleider Martin in de rescue boot eens kijken wat dat eigenlijk voor een ding was, zo’n Valk. Terwijl hij voor een praatje en wat foto’s langszij vaart breekt de piekeval. Verdorie, maakt een fijne indruk. Deze val had ik net laten vernieuwen omdat ik de oude niet meer vertrouwde. Het roer gauw over gegeven aan Richard en gelukkig kon ik met een spanbandje een noodreparatie uitvoeren. Inmiddels was de Propal al weer angstig dichtbij gekropen maar niet genoeg. Met 30 seconden voorsprong gingen we als eerste over de finish.
Het leek er op dat het zeilen een soort matchracen ging worden tussen de Propal en de Valk. De rest van de vloot volgde op flinke afstand. Hierbij was de Propal de snellere boot op de meeste koersen behalve bij ruime wind. Het verschil moesten we goed maken met slimmer varen en een betere boothandling. De Valk bleek gelukkig wel een stuk wendbaarder.
Na de lunch op de oever van Loch Lochy en reparatie van de piekeval stond er nog een tweede race op het programma. Dit maal een kort stukje met een start met ruime wind en finish aan het eind van het meer. Zaak dus om een beetje strak over de startlijn te gaan en dan zou het verder moeten lukken. We slagen er weer in om goed te starten en varen verder onbedreigd naar de finish, een half uurtje varen. Hierna moesten we gezamenlijk door de sluis en draaibrug bij Laggan naar de overnachtingsplaats bij het Activity Centre aan het begin van Loch Oich, het tweede meer. Die avond stond er nog iets bijzonders op het programma. De deelnemers werden uitgenodigd om onder gecontroleerde omstandigheden hun boot te laten omslaan om eens te ervaren hoeveel moeite het kost om de boel weer overeind te krijgen en leeg te hozen.. Hiervoor konden er wetsuits geleend worden. Dit is wel plezierig als het water ongeveer 8 graden is. De Elsie (een Caledonia Yawl) en de Scratch (een Welsford Walkabout) gingen de uitdaging aan. Wij kozen er voor om deze helden vanaf de kant aan te moedigen.
Op dag vier stond een race op het programma over de lengte van Loch Oich en weer halverwege terug om een boei en vervolgens finishen aan het eind van het meer tussen de Lochnaggar en een boei. Tijdens het optuigen stond Elizabeth, de 10 jarige dochter van Jim, de bouwer van de Elsie erg geïnteresseerd naar de Valk te kijken. Op de vraag of ze misschien vandaag mee wilde varen werd enthousiast gereageerd. Ik zei dat ze dat dan wel even aan haar vader moest vragen. Pa werd dus kort medegedeeld dat ze vandaag met de Lapsus meevoer en ze stapte al in de boot.
De wedstrijd leek een herhaling te worden van een dag eerder, op de ruime koersen liepen we uit op de Propal, maar aan de wind maken ze met hun nieuwe zeilen een hoop goed. Te merken is dat de bemanning van de Propal aan het leren is met hun boot om te gaan en op elkaar ingespeeld raakt. Uiteindelijk een spannende finish gewonnen door de Valk met 33 seconden voorsprong.
De organisatie vind de strijd tussen Lapsus en de Propal wel leuk en speciaal voor ons (de rest was nog bezig aan de eerste race) wordt nog even een extra potje varen georganiseerd. Aan de winds starten en kruisend naar de boei halverwege het meer, vervolgens met ruime wind het meer afzakken en finishen bij de Lochnaggar. Er ontbrandt aan de wind een loefduel waarbij de Propal en Lapsus beurtelings voorop liggen. De Propal loopt hoger aan de wind, maar beheerst de kunst van het vlagen prikken niet. Hierbij laat je de boot in een vlaag wat hoger oplopen en daartussen wat afvallen. Hierdoor pak je iedere vlaag een paar meter hoogte en ga je gemiddeld wat hoger aan de wind. Verder goed opletten waar de wind zit zodat je niet in luwtes van de omringende bergen en bossen terecht komt. Hierdoor weten we de Propal net achter ons te houden bij de bovenboei waarna we voor de wind naar de finish kunnen zeilen. We gaan over de lijn met wel 4 seconden voorsprong.
Na deze race was er een roeiwedstrijd vanaf Kytra aan het kanaal aan het einde van Loch Lochy naar het sluizencomplex in Fort Augustus aan het begin van Loch Ness.
Onze Engelse en Schotse reisgenoten vinden de spannende strijd tussen die splinternieuwe Franse boot en die oude Nederlandse keukenkast erg vermakelijk en we worden alom geprezen. De Fransen blijven sportief en blijken ’s avonds aan de bar bijzonder aimabele lui te zijn. Wel lastig dat ze bijna geen Engels spreken, maar met handen, voeten en een goede fles Malt blijk je een heel eind te komen.
De volgende dag stond op het programma een zeilrace naar Foyers halverwege Loch Ness en voor de fanatiekelingen de Loch Ness Challenge. Dit is een race over de gehele lengte (34km) van Loch Ness en dan weer terug tot halverwege het meer in Foyers. Uiteraard wilden we hier graag aan meedoen en de Fransen en een Zweeds team wilden ook wel. Helaas was er die morgen een windkracht 6 tot 7 en de organisatie vond het onverantwoordelijk om te gaan varen. Daarom kregen we die ochtend vrijaf om de toerist te spelen in Fort Augustus.
Die morgen had Richard zijn hoofd lelijk opengehaald door hem te stoten aan het dekluik van de Fingal. Een hoop bloed was het gevolg. Gelukkig bleken we niet minder dan vijf artsen in het gezelschap te hebben waaronder een veearts, een Franse legerarts en een Zweedse huisarts. De Veearts keek er als eerste naar en merkte op dat hij nog geen spuitje hoefde, de Franse legerarts concludeerde dat de verwonding niet fataal was en de alleraardigste Zweedse huisarts plakte er een verbandje op.
Die middag was de wind iets afgenomen tot een kracht 5. De organisatie besluit om een zeilrace te organiseren op Loch Ness bij Fort Augustus over een driehoeksbaan die over drie rondes gevaren moet worden. Richard had nog steeds erg pijn in zijn hoofd en besluit in zijn kooi te blijven. Gelukkig is er de Britse Osbert, schipper van Scratch, die het weer voor zijn lichte bootje nog steeds te zwaar vindt en graag mee wil. Jean Yves, een Franse journalist die normaal op de Propal meevaart, gaat ook mee.
Deze race ontpopt zich als het hoogtepunt van de strijd tussen Lapsus en Propal. We zijn bij de start goed weg en mijn gelegenheidsbemanning blijkt ervaren en mijn commando’s snel te begrijpen. Ik hoef gelukkig vaak alleen maar ergens op te wijzen en het wordt begrepen. Iets uitleggen in het Engels lukt mij nog wel, maar in het Frans vind ik dat toch een stuk moeilijker. In de eerste ronde pakken we een voorsprong. Op het startschip denken ze dat we de Propal al kwijt zijn en de race beslist is maar toch slagen ze er in tijdens de tweede ronde er weer bij te komen en kort achter ons de finishlijn te passeren. In het aan de windse rak van de laatste ronde pakken ze de leiding. De wind is eigenlijk een beetje te sterk voor het leuke maar door te balanceren op de wind kunnen we de boot goed onder controle houden en met vlagen prikken zelfs iets hoger lopen dan de Propal. Osbert en Jean-Yves observeren belangstellend hoe ik het uiterste uit de boot knijp. We blijven vechten om de leiding tot aan het laatste aan de windse rak richting de finish. We hadden een kleine voorsprong maar de Propal kwam sterk achter ons opzetten en dreigt ons bovenwinds en met zeil over stuurboord in te lopen. Nu is mij geleerd dat als je niet sneller bent je vooral vervelend moet gaan doen. Ik merk terloops naar mijn bemanning op dat het waarschijnlijk een hoop paniek aan boord van de Propal zal veroorzaken als we nu over stag zouden gaan. Ze kijken mij niet begrijpend aan waarop ik de boot overstag gooi en met zeil over bakboord verder ga. De Propal laat zich compleet verrassen en ze moeten er alles aan doen om op tijd ook overstag te gaan. Op het moment dat ze ook om waren draaien we terug op de oude koers en gaan door richting de finish. Wat er toen allemaal vanuit de Franse boot werd geroepen verstond ik gelukkig niet, maar het grijnzende gezicht van Jean-Yves zei genoeg. Het resultaat was ongeveer 50 meter voorsprong. Vlak voor de finishlijn zaten we in een lastige positie. Wij lagen eigenlijk net iets te laag om de Valk over de lijn te kunnen prikken, een extra slag was noodzakelijk. Propal had een paar meter meer hoogte en zou het waarschijnlijk net wel halen. Ze kwamen weer met zeil over stuurboord aan loefzijde opzetten om ons voorbij te lopen dus ik besloot hetzelfde geintje nog maar eens te proberen en vlak voor hun neus overstag te gaan. Nu waren ze er echter op bedacht en draaien achter ons langs. Jammer voor hun was alleen dat deze actie een paar meter hoogte kostte die ze wel nodig hadden. Ze proberen hun boot toch over de finish heen te prikken en twee meter voor de lijn ligt de Propal hulpeloos te deinzen. Wij draaien achter ze langs, gaan overstag en pakken in de laatste 2 meter de race. Deze finish veroorzaakte een hoop hilariteit aan boord van het finishschip. Er is zelfs een filmpje van gemaakt die ‘s avonds met de mededeling “Jongens, moeten jullie nou eens zien” aan het complete gezelschap werd vertoond. (Dit filmpje staat nog steeds op Facebook).
De volgende dag was het dan toch tijd voor de Loch Ness Challenge. Er zijn drie boten die zich voor de Challenge hebben aangemeld; Lapsus, Propal en de Zweedse Sommarvind. De rest van de vloot kiest voor de zeilrace naar Urquhart Castle iets voorbij de helft van het meer. De wind is ’s morgens een lekkere kracht 4, ideaal voor ons en we hebben er zin in. Hij komt weer uit het zuidwesten wat betekent dat hij recht over Loch Ness ligt. Dit betekent dat het tweede rak, over de hele lengte van het meer (34 km) recht voor de wind is. Natuurlijk zijn we als één van de eersten weg bij de start en proberen de leiding te pakken. De Propal laat zien dat ze de afgelopen paar dagen een hoop geleerd heeft en lopen ons voorbij terwijl ze er voor zorgen aan de andere oever van het Loch ver bij ons vandaan te blijven. Als we dat toelaten dan zijn we ze kwijt dus we sturen de Valk langzaam naar de spiegel van de Propal. De Propal is nog niet ver genoeg van ons weggelopen en we slagen er in haar constant in onze vuile wind te houden zodat ze niet van ons weg kan komen. Na een kwartier of drie is de Propal het zat, maakt een gijp en vaart van ons weg. Alles is klaarblijkelijk goed, als het maar ver van ons vandaan is! Hierna weten we een flinke voorsprong op te bouwen. In de tweede helft van Loch Ness trekt de wind aan naar een kracht 6. Ook de golven worden steeds hoger en we beginnen van golf naar golf te surfen. Op de GPS lezen we nu en dan een snelheid af van meer dan 20 km/u! Verderop worden de golven nog hoger. Ze liggen zo kort op elkaar dat de Valk bij het van de golf surfen de boeg in de volgende steekt. Eén keer zelfs zodanig dat de boeg niet meer vanzelf omhoog komt. Door de boot snel dwars te sturen voorkomen we dat we over de kop gaan. Bij de benedenboei zijn de omstandigheden echt op het randje. Kort op elkaar gaande golven van ruim een meter hoog en windkracht 6. De Valk heeft zich tot nu toe kranig geweerd maar wordt nu moeilijk beheersbaar. Jammer dat we die trapeze niet mogen gebruiken, daarmee hadden we de boot vlakker kunnen houden en beter kunnen controleren. Aangezien we geen rif kunnen steken besluiten we de Genua maar binnen te halen. De boot is nu beter te beheersen maar we kunnen veel minder hoogte lopen. De Protection blijkt beter bestand tegen deze omstandigheden en komt ons na twee slagen voorbij zeilen. Onder deze omstandigheden zijn we kansloos. De Valk krijgt ondertussen klappen die ik niet eerder heb meegemaakt. Het schuim vliegt ons om de oren en onder de vlonders staat inmiddels een flinke laag buiswater. We vragen ons af in hoeverre onze Valk bestand is tegen deze afstraffing. We kijken elkaar eens aan en besluiten er maar mee op te houden. Onder deze omstandigheden zijn we kansloos en het wordt gevaarlijk ook. De kans op schade is te groot. We verlaten de race en zoeken aan het einde van Loch Ness een beschutte plek op om te gaan lunchen. De Zweedse Sommarvind zien we even later ook zwaar gereefd voorbij komen, die houden het ook voor gezien. Achteraf blijkt dat we in een tijd van 2 uur en een kwartier de 34 km lengte van Loch Ness hebben gevaren . Bij het takelen een dag later bleek dat de Valk deze beproeving gelukkig zonder schade heeft doorstaan. Blijkbaar kunnen we iets meer vertrouwen hebben in onze boot. De Fransen winnen verdiend de Loch Ness Challenge.
Op vrijdag en de laatste dag staat er een roeiwedstrijd op het programma van Dochgarrog aan het eind van Loch Ness naar de zeesluizen in Glachnaharry bij Inverness. Deze geven toegang tot de Beauly Firth, een open zeearm zodat de tocht van kust tot kust voltooid wordt. Hier staat nog een zeilrace op het programma waarna we bij de Inverness Marina een afspraak hebben om te takelen.
Voor wat betreft de roeirace vonden we het toch wel een beetje onsportief dat iedereen zich in het zweet zat te werken terwijl we met ons motortje er lui voorbij tuffen. Bij de wedstrijdleiding maar eens geïnformeerd of peddelen misschien ook een vorm van roeien is. Er werd verbaasd gekeken en ja, het is inderdaad een vorm van roeien, dus het mag. Kanopeddels konden we lenen van de Fingal. Het plan was om de Valk vol te stoppen met een stuk of acht peddelaars om zo als een soort drakenboot vol met indianen het water op te gaan. Het ronselen van peddelaars wilde echter niet zo en we vinden alleen Mike van de Feadheanach zo gek om ons te helpen. De wedstrijdleiding kijkt verbaasd op onze aankondiging dat we dit keer meedoen aan de roeirace en merkt lachend op dat ‘Lapsus has been converted into an Indian Canoe’. We slaan tijdens de race niet eens een heel gek figuur maar eindigen wel als laatste. Onze peddelstunt wordt wel zeer gewaardeerd.
Na de roeirace moesten we schutten in de zeesluis van Glachnaharry. Tijdens het schutten werd de schipperbriefing gehouden voor de laatste race op de Beauly Firth. Deze race zou worden gehouden over een driehoeksbaan waarbij als extra uitdaging ook rekening gehouden moest worden met stroming als gevolg van het tij. Gemeld werd dat het op dat moment hoogtij was en dat de ebstroom ieder moment op gang zou komen. De start zou zijn aan de wind landinwaarts, dus tegen het tij in. Ik besluit daarom tijdens de startprocedure bovenwinds en bovenstrooms van de startlijn te blijven. De rest van de vloot heeft dit nog niet zo door en blijft braaf onder de lijn hangen. Op het startschip zitten ze zich al af te vragen wat die Hollanders toch zo ver weg aan het doen zijn. Het lijkt alsof we helemaal niet meer mee willen doen. We slagen er in om op tijd ons zeil te hijsen en terwijl we het 1 minuut signaal horen gooien de boot voor de wind en varen met de stroom mee naar de startlijn. Verassend snel zijn we weer bij de lijn. Het startschot gaat, wij gaan overstag en zijn als eerste weg. De Propal volgt op enige afstand maar heeft moeite met het inschatten van de stroming. Ze missen een aantal keren de boei en moeten daardoor extra slagen maken. Nu hadden we een afspraak om uiterlijk om 4 uur te takelen en de tijd begon te dringen. Gelukkig werd de baan ingekort en was de organisatie zo vriendelijk om even de Marina te bellen om te melden dat we ‘werden opgehouden door de spoorbrug’. Om 7 minuten voor vier finishen we als eerste en om 1 minuut voor vier arriveren we in de Inverness Marina. Het was wel apart om de Valk in een 40 tons kraan te zien hangen, het was vast de lichtste boot die ze ooit hiermee uit het water hebben gehaald.
‘s Avonds werd de raid afgesloten met een uitstekend buffet, prijsuitreiking en Schotse folkmuziek inclusief doedelzak. We vielen niet in de prijzen maar kregen wel een eervolle vermelding en een fles wijn voor ‘showing great sportsmanship’. Ik heb moeten beloven om weer terug te komen met de Valk. We hebben genoten van de competitie, het mooie zeilen en de prachtige omgeving.
Er zijn nog steeds avonturen te beleven met een oude houten zeilboot. We hebben heel enthousiaste mensen ontmoet, allemaal gek van kleine zeilbootjes. Sommigen komen ieder jaar terug en doen al mee vanaf de eerste editie, nu een jaar of tien geleden. Ook ik ben aan deze raid verslingerd geraakt. Volgend jaar vaar ik mee met Mike op de Feadheanach (die nu drie keer is omgeslagen, wordt leuk) maar in 2013 is het de bedoeling dat we er met de Valk weer heen gaan.
Kom op, doe eens wat geks met je boot. Wie durft de ‘Great Glen Challenge’ ook aan?
Voor meer informatie en foto’s kijk op: www.sailcaledonia.org